Titanenstrijd in Oekraïne

Oktober 2015, De Rode Hoed

Op 18 maart 2014 vroeg Vladimir Poetin de Russische Eerste en Tweede Kamer hem toestemming te geven de Krim en de heldenstad Sevastopol op te nemen in de Russische Federatie.

In zijn rechtvaardiging voor die land grab zei hij tegen de volksvertegenwoordigers: ‘Ik zou willen herhalen dat ik begrip heb voor de mensen die met vreedzame slogans tegen corruptie, inefficiënt staatsbestuur en armoede op Majdan naar voren traden. Het recht op vreedzaam protest, democratische procedures en verkiezingen bestaat met de bedoeling een overheid te vervangen waarover de bevolking ontevreden is. Maar zij die achter de recente gebeurtenissen in Oekraïne stonden hadden een andere agenda: zij bereidden een nieuwe machtsovername voor: ze wilden de macht grijpen en deinsden nergens voor terug. Ze namen hun toevlucht tot terreur, moord en rellen. Nationalisten, neo-Nazi’s, Russofoben en antisemieten zetten tot op de dag van vandaag de toon in Oekraïne. […] De bedoelingen van deze ideologische erfgenamen van Bandera, Hitlers bondgenoot in de Tweede Wereldoorlog, zijn zonneklaar.’

Wat Poetin hier doet is geniaal in zijn brutaliteit: hij erkent het recht van de Oekraïners te demonstreren tegen de in het hele land gehate Janoekovitsj, die door Rusland in het zadel is geholpen en tot het bittere eind gesteund. Hij zegt dat mensen het recht hebben hun leiders te vervangen, maar alleen als de meerderheid van de bevolking dat ook wil. Hier is de boodschap: in Rusland staat de meerderheid achter mij, dus demonstreren dáár is overbodig en de vijfde kolonne ‘landverraders’ die zich daarvoor leent werkt voor Amerika. Bovendien poneert hij dat Majdan georganiseerd is door nationalisten, neo-nazi’s, Russofoben en antisemieten, een onhoudbaar verhaal, dat door de complete joodse gemeenschap van Oekraïne in alle toonaarden is ontkend. Euromajdan was een volksopstand, die ontaardde in geweld van beide zijden. Daarbij speelde extreem-rechts zeker een rol, maar de meerderheid van de demonstranten wilde na 25 jaar corruptie gewoon een ander Oekraïne.

Daarna gaf Poetin in zijn rede een boodschap van vrede af voor de Oekraïners: ‘Ik wil me ook wenden tot het volk van Oekraïne. Ik wil dat u ons begrijpt: wij willen u op geen enkele manier kwaad doen of uw nationale gevoelens krenken. Wij hebben de territoriale integriteit van de Oekraïense staat altijd gerespecteerd, anders trouwens dan zij die Oekraïnes eenheid hebben opgeofferd voor hun politieke ambities. Zij smijten met leuzen over Oekraïnes grootheid, maar zij zijn het die alles doen om de natie te verdelen. De burgertwist van vandaag komt geheel op het conto van hun geweten. Ik wil dat jullie mij horen, beste vrienden. Schenk geen geloof aan diegenen die willen dat u Rusland vreest en schreeuwen dat andere regio’s het voorbeeld van de Krim zullen volgen. Wij willen Oekraïne niet verdelen; dat hebben wij niet nodig. Wat de Krim betreft, dat was en blijft een Russisch, Oekraïens en Krimtataars land. […] Ik herhaal, net als het eeuwenlang is geweest blijft het het thuis van alle volkeren die er leven. Wat het nooit zal zijn en doen is volgen in Bandera’s voetstappen.’ Een donderend applaus in het parlement was zijn deel.

Nog geen maand later logenstrafte hij deze verzoenende woorden door de opstand in de Donbas militair en propagandistisch te steunen. Dat de separatisten in de Donbas zonder Ruslands militaire inmenging allang door het Oekraïense leger zouden zijn opgerold wordt verzwegen. Tot op de dag van vandaag ontkent Poetin enige betrokkenheid bij het militaire conflict, dat hij steevast een Oekraïense burgeroorlog noemt. Sterker nog: Rusland presenteert zich als de grote vredestichter in het gebied, wat binnenslands klakkeloos wordt geloofd. De Oekraïense schrijfster Oksana Zaboezjko formuleerde het in Kiev zo tegen mij: ‘Poetin is geheime dienst plus Hollywood.’ Met een spervuur aan desinformatie schept hij een virtuele wereld, waarin niemand meer weet wat er werkelijk aan de hand is. ‘Goebbels, Stalin en Hitler konden slechts dromen van de mogelijkheden die hem met de moderne techniek ter beschikking staan’, zei Zaboezjko.

Over Poetins rede is veel te zeggen, maar ik beperk me hier tot de opmerkingen die hij maakt over de neonazi’s, die in Kiev de macht zouden hebben gegrepen. Met deze typering zette hij de toon voor een ongekende haatcampagne tegen Oekraïne op de Russische staatstelevisie, die gebaseerd was op de clichés over de Tweede Wereldoorlog, die in Rusland opnieuw springlevend zijn: Rusland heeft Europa gered van het bruine gevaar en is dus per definitie goed en anti-fascistisch. Wie zich tegen het land keert moet dus per definitie slecht en fascistisch zijn. Dit simpele zwart-wit-schema gaat er in Rusland in als koek, maar in Oost-Europa lopen de mensen daarbij de rillingen over de rug.

De Tweede Wereldoorlog belandde hiermee in één klap weer midden in de politieke actualiteit. Het is een van de hoekstenen van Poetins ideologie. Dat is logisch: voor de Russen is het enige positieve wapenfeit van de gewelddadige 20ste eeuw dat de Sovjet-Unie nazi-Duitsland heeft overwonnen. Zij betaalden daarvoor een hele hoge prijs: 20 miljoen doden. Er is geen gezin dat de oorlog ongeschonden is doorgekomen. Maar de gruwelijke herinneringen aan die slachtpartij zijn in de Sovjet-Unie tientallen jaren ook levend gehouden om ideologische redenen: films, boeken, tv-series versterkten de clichés van de slechte Duitsers en de goede Russen. En voor binnenlands politiek gebruik werd iedere vorm van collaboratie met de Duitsers door Balten en Oekraïners voorgesteld als een misdaad tegen de mensheid en tegen het inherent goede Russische volk. Het woord ‘fascist’ is in Rusland nog steeds een gangbaar scheldwoord.

Historisch gesproken heeft het Poetinisme hier echter een probleem. Stalin was de overwinnaar van de Grote Vaderlandse Oorlog, zoals de Tweede Wereldoorlog in Rusland nog steeds wordt genoemd. Maar Stalin ontketende tegelijkertijd tegen zijn eigen volk een terreur die eveneens miljoenen slachtoffers heeft gekost. Die combinatie van triomfantelijk veldheer en genadeloze massamoordenaar is moeilijk te verkopen. Dus zie je hoe in Rusland de Stalinterreur langzamerhand op de achtergrond gedrongen wordt ten faveure van de herinnering aan de overwinning van 1945, die jaarlijks op 9 mei weer met steeds meer militair vertoon wordt herdacht.

Het is curieus te noemen dat Rusland, dat de geschiedenis zo openlijk om politieke redenen manipuleert, zijn buurland nu juist met dat verwijt om de oren slaat. Maar dat past naadloos in de eendimensionale wereld die Poetin de afgelopen 15 jaar geleidelijk aan voor zijn bevolking heeft opgetrokken, waarin Amerika de baarlijke duivel is.

Aanvankelijk waren de Oekraïners woedend over de leugens die over hen werden uitgestort. Een olie-expert in Kiev zei tegen me: ‘Mijn grootvader heeft bij Stalingrad gevochten. Dat was zo’n verschrikking dat hij er zijn hele leven geen woord over heeft verteld. Snap je hoe vernederend het voor ons is om voor fascisten te worden uitgemaakt?’ Terwijl hij het zei kreeg hij tranen in zijn ogen. De Amerikaanse historicus Timothy Snyder, groot kenner van de Oekraïense geschiedenis, formuleerde het zo: ‘Veel, veel meer mensen uit Oekraïne zijn gedóód door de Duitsers dan er met hen hebben gecollaboreerd, veel, veel meer mensen uit Oekraïne hebben tégen de Duitsers gevochten dan mét de Duitsers.’ Sterker nog: het grootste deel van de Tweede Wereldoorlog speelde zich af op het grondgebied van Wit-Rusland en Oekraïne. Nog geen 10 % van Rusland is bezet geweest. En toch gaat dat land nu exclusief met de eer strijken.

Later maakte de woede in Oekraïne plaats voor spot en leedvermaak. Mensen trokken t-shirts aan met de tekst Zjido-banderovets (joodse Bandera-aanhanger), een  knipoog naar Poetins aanval op de Banderovtsy, de volgelingen van de extreem-rechtse Stepan Bandera. Oekraïense zangers maakten spotliederen op ‘Baron von der Poett’, die kaputt zal gaan in zijn ivoren Kremlintoren. Eindeloos zijn ook de grappen over de vata (scheldwoord voor Russen met watten in hun kop). ‘Waarom fikt een Russische tank zo goed? Omdat er zoveel watten in zit.’

Maar de Russische geschiedvervalsing heeft ook ernstiger gevolgen. Hoe harder Moskou schreeuwt over Stepan Bandera, hoe populairder de fascistenleider in Oekraïne wordt. Aangezien Rusland constant liegt, is de redenering in Oekraïne, dan moet wat het over Bandera zegt ook wel onwaar zijn. Maar Stepan Bandera (1909-1959) was echt een fascist en zijn Organisatie van Oekraïense Nationalisten heeft niet alleen met Hitler gecollaboreerd, maar ook actief aan pogroms deelgenomen (al moet daarbij vermeld dat Bandera zelf de hele oorlog in concentratiekamp Sachsenhausen heeft gezeten, waar de nazi’s hem hadden opgeborgen omdat ze niets zagen in zijn droom, een onafhankelijk Oekraïne).

Groot was dus de verontwaardiging onder Russische en westerse historici toen president Porosjenko afgelopen voorjaar een aantal geschiedeniswetten ondertekende die de Organisatie van Oekraïense Nationalisten en het Oekraïense Opstandelingenleger UPA, in de sovjet-tijd verketterd en vervolgd, legaliseerde, omdat zij tot lang na de oorlog vanuit de bossen een partizanenstrijd hadden gevoerd tegen Moskou. Vooral de Polen zijn daar erg kwaad over, omdat de UPA in 1943 een etnische zuivering heeft doorgevoerd die tegen de 100.000 Polen het leven heeft gekost. Een wetenschappelijke Pools-Oekraïense commissie moet nu klaarheid brengen in dat troebele water. Voor de Oekraïners zijn de OOeN en de UPA helden omdat ze door Moskou genadeloos zijn vervolgd.

De Oekraïners zeggen: bemoeien jullie je nu eens met jullie eigen zaken en laat ons voor het eerst in onze geschiedenis zelf uitzoeken wat er hier in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. De propaganda uit Moskou helpt in ieder geval niet bij objectief historisch onderzoek. Het is zout in open wonden. ‘Wat Poetin doet’, zei de historicus Jaroslav Hrytsak uit Lviv onlangs tegen me, ‘is ons terugtrekken in het verleden. Die historische haarkloverijen leiden alleen maar af van de echte problemen, zaaien twijfel in het Westen over fascisme in Oekraïne en moeten verhullen wat er hier werkelijk plaatsvindt: een buitenlandse inmenging die het land op de knieën moet dwingen.’ Aldus Hrytsak. De discussie over het neerhalen van Leninstandbeelden en het omdopen van naar communisten vernoemde straten en steden, bedoelt Hrytsak, is een side show. Er moet een echte oorlog worden gewonnen.

 

II.

Euromajdan, groene mannetjes en de opstand in het Oosten

Laten we dan eens kijken hoe Oekraïne er inmiddels voor staat. De voorgeschiedenis is bekend: op 21 november 2013 besloot de Oekraïense president Viktor Janoekovitsj, zoals hij zelf zei onder zware Russische druk, het Associatieverdrag met de Europese Unie niet te ondertekenen. In ruil voor hervormingen van economie en rechtsstaat bood Europa Oekraïne handelsvoordelen en een visumvrij regime. Maar Moskou beschouwde het als een poging zijn eigen Euraziatische Unie onderuit te halen en zijn invloedssfeer verder in te perken. De Eurotop van 28 en 29 november in Vilnius werd daarmee een mislukking. ‘Ik had meer van u verwacht’, zei Bondskanselier Angela Merkel tegen Janoekovitsj. In Kiev gingen duizenden pro-Europese demonstranten de straat op. Tien jaar na de Oranjerevolutie stroomde het centrale plein van Kiev weer vol.

Maar de Oranjerevolutie bleek kinderspel vergeleken bij Euromajdan, dat uitliep op geweld, waarbij meer dan honderd doden vielen. Deze ‘Hemelse Honderd’ zijn in Oekraïne inmiddels gekanoniseerd tot de martelaren van Majdan. Hun beeltenissen worden anderhalf jaar na dato nog steeds voorzien van bloemen en kaarsjes. Europa probeerde in februari 2014 vergeefs te bemiddelen door Janoekovitsj te dwingen tot nieuwe verkiezingen: het geradicaliseerde Majdan ging niet akkoord en op 22 februari ontvluchtte de president het land. Sindsdien woedt er een strijd over de vraag of dit een revolutie of een georkestreerde staatsgreep was.

Ik denk het eerste, Poetin en een leger van Putin-Versteher in het Westen denken het laatste. Zij zien in de verdrijving van de legitieme president door de straat een Amerikaanse samenzwering. De aanwezigheid van westerse politici op het Majdanplein was geen verstandige politiek, maar het gaat veel te ver het Westen de organisatie van een immense volksopstand (waar op het hoogtepunt 1 miljoen mensen aan meededen) in de schoenen te schuiven.

Met die actieve steun ging Europa voor Poetin te ver. Oekraïne, met de vroegere Russische hoofdstad Kiev en de Russische Krim, is het hart van het oude imperium. Dat de Oekraïners voor de tweede keer in tien jaar voor Europa kozen was onverteerbaar voor Rusland. Als er iets is wat de crisis rond Oekraïne duidelijk heeft gemaakt, dan is het dat Rusland de onafhankelijkheid van het Slavische buurland nooit heeft erkend.

Terwijl de Oekraïners in Kiev uitzinnig hun overwinning vierden, kwam Moskou bliksemsnel in actie. Poetin veroordeelde de ‘fascistische staatsgreep’ in Kiev en veroverde met ‘groene mannetjes’ de Krim. De hoofdprijs was Sevastopol, de basis van de Russische Zwarte Vloot. Het idee dat de Russische heldenstad ooit een NAVO-haven worden zou was voor Moskou onacceptabel.

Intussen flakkerden in het oosten van Oekraïne anti-Europese opstootjes op, die in op Rusland georiënteerde steden als Charkov, Odessa en Donetsk leidden tot de bezetting van gemeentehuizen, politiebureaus en kazernes. De demonstranten in Kiev hadden die backlash niet voorzien: in grote delen van het Oosten is men bang voor Europa, dat staat voor faillissement van verouderde Oekraïense bedrijven die op de wereldmarkt niet kunnen concurreren en dus voor werkloosheid. Een begrijpelijk sentiment.

Maar die opstanden werden krachtig gestimuleerd vanuit Rusland. In Charkov, Odessa, Donetsk en Marioepol hoorde ik daarover steeds hetzelfde verhaal: Russische bussen brachten jongemannen in sporttenue met Russische vlaggen uit Russische grenssteden als Belgorod en Rostov naar Oekraïne, die de opstand intensiveerden en uit de hand lieten lopen. ‘Waar kwamen als bij toverslag al die Russische vlaggen vandaan?’, zei Sergej, een fotograaf uit Donetsk. ‘Alleen al aan de uitspraak kon je horen dat die jongens uit Rusland kwamen’, zei Tatjana Lomakina, hoofd van de sociale dienst in Marioepol. ‘Bovendien wisten ze overduidelijk de weg niet in de stad.’

Ook Russische militairen van de Krim speelden een rol. Zo bezette de Russische ex-FSB-kolonel Igor Strelkov met een dertigtal zwaarbewapende commando’s het stadje Slavjansk en deelde wapens uit aan plaatselijke activisten, volgens de locale bevolking vaak werklozen en dronkelappen. Lidia Jakovleva, de directrice van het Streekmuseum van de stad, vertelde me hoe Strelkov met zijn mannen in het holst van de nacht de villa naast haar museum betrok, om van daaruit de volgende dag het politiebureau in te nemen. ‘Uit hun bewapening, hun gedrag en hun taalgebruik bleek zonneklaar dat dit Russische professionals waren’, zei Jakovleva. De villa werd gehuurd door de Russisch-orthodoxe kerk, die de opstand van meet af aan steunde.

De opstand greep snel om zich heen en in de industriesteden Donetsk en Loegansk werden referenda over aansluiting bij Rusland georganiseerd. In mei 2014 riep men er twee Volksrepublieken uit en benoemde eigen burgemeesters. De Volksrepubliek Donetsk werd aanvankelijk geleid door twee Moskovieten: eerdergenoemde Strelkov en de consultant Aleksandr Borodaj, inmiddels voorzitter van het Congres van Opstandelingen in de Donbas, dat in Moskou in oktober 2015 zijn eerste bijeenkomst heeft gehouden.

Na het neerhalen van de MH17 werden zij door Moskou vervangen door de locale timmerman Aleksandr Zachartsjenko. Russische patriotten stroomden in grote getale toe om de Russische bevolking te ‘beschermen’ tegen de fascisten van Kiev. Moskou aarzelde aanvankelijk om in te grijpen, maar stuurde wel wapens en humanitaire hulp. De Russische staatstelevisie juichte de opstand toe en huurlingen werd geen strobreed in de weg gelegd. De massahysterie nam griezelige vormen aan.

Het project Novorossia was geboren: de lijn van Charkov via Dnepropetrovsk naar Odessa zou de nieuwe grens met Rusland moeten worden en het hele industriële oostelijke deel van het land zou daarmee aan Rusland vervallen. Zo zagen extreem-nationalistische denkers en agitatoren de toekomst van Oekraïne, en ze kregen op de televisie ruim baan om hun denkbeelden te ontvouwen. Mensen als de ultranationalistische Russische filosoof Aleksandr Doegin riepen de Oost-Oekraïners op de grens tussen Rusland en Oekraïne te slechten en het Kiev-bewind te boycotten. Dit zei Doegin in maart 2014 in een skype-gesprek met de opstandelingen: ‘Als u de zaak niet met demonstraties kunt beslissen, neem dan de wapens op, vorm legale gewapende groepen. Saboteer alles, weiger belasting te betalen. Begin de strijd op de fabrieken, de scholen. Laat het volk in opstand komen, de economische ineenstorting van het land is onvermijdelijk. Werken doe je maar in vredestijd, als het oorlog is werkt alleen een idioot, een verrader, een collaborateur, een slaaf of een debiel. In Kiev werkt allang niemand meer, die leven allemaal van Amerikaans geld of beroven banken. De macht is in handen van bandieten. Als jullie dat tuig niet verjagen, zullen jullie creperen in concentratiekampen. De leuze moet zijn: wij zijn geen slaven, wij werken niet meer voor die zwijnen-junta.’

Ook Poetin nam het woord Novorossia in de mond, maar over zijn precieze plannen hield hij zich wijselijk op de vlakte. Zijn enthousiasme voor het project zou geleidelijk aan bekoelen.

Oekraïne was aanvankelijk zo overrompeld door de opstand dat het niet in staat was te reageren. Het Oekraïense leger werd tegengehouden door woedende baboesjka’s en tanks werden gemakkelijk buitgemaakt op de gedemoraliseerde soldaten. Het Oekraïense leger was de afgelopen 25 jaar stelselmatig wegbezuinigd en had geen enkele gevechtservaring. ‘Oekraïne was in de Koude Oorlog een frontland, maar onze kanonnen stonden altijd op het Westen gericht’, zei een gewonde soldaat in het ziekenhuis van Dnepropetrovsk tegen me. ‘Nooit hadden wij kunnen vermoeden dat we in de rug zouden worden aangevallen door de Russen, onze bondgenoten.’

Om het tij te keren sloten duizenden vrijwilligers zich aan bij vrijwilligersbataljons, die deels betaald werden door oligarchen, maar meestal bevoorraad door de plaatselijke bevolking. Vanuit Charkov ging ik met twee vrouwen na een bezoek aan de dumpshop naar de grens om de soldaten jekkers, laarzen en nachtbrillen te overhandigen. Alles werd betaald door donaties van de bevolking. Het legerkamp in de modder zag er desolaat uit. ‘Ik heb in het sovjet-leger gediend’, zei een soldaat. ‘Nu moeten we tegen ze ten strijde trekken.’ Hij begreep er niets van.

In de zomer van 2014 vatte het leger moed en keerde het tij. De rebellen werden uit Slavjansk verdreven en de Oekraïners rukten op naar Donetsk en Loegansk. Op 17 juli werd de MH17 van Malaysia Airlines boven de Donbas uit de lucht geschoten door een BUK-raket, die werd afgevuurd vanuit rebellengebied. 298 mensen kwamen om, waarvan 196 uit Nederland. Hoewel de Russen direct kwamen met talloze verschillende scenario’s, staat zo goed als vast dat de BUK uit Rusland de grens over is gebracht en na de fatale fout weer snel de grens is overgesmokkeld. De rebellen houden vol dat zij niet de expertise hebben om zo’n raket af te schieten.

Toen het er slecht begon uit te zien voor de Volksrepublieken greep het Russische leger voor het eerst actief in. De Oekraïense grens staat al anderhalf jaar wagenwijd open en de waarnemers van de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking), die de troepenbewegingen in de Donbas moet registreren, wordt door de rebellen nauwelijks tot het grensgebied toegelaten. De Russen hebben vrij spel.

Eind augustus 2014 trokken Russische eenheden de grens over. Ze omsingelden het stadje Ilovajsk en de Oekraïners werden verpletterend verslagen. Duizend Oekraïners, veelal van de vrijwilligersbataljons, werden gedood. Ik sprak in Kiev een vrijwilliger van het Donbas-bataljon, die de gruwelijke details van die veldslag schilderde. Deze jonge jurist Artjom, die aan Majdan meedeed uit walging over de corruptie onder Janoekovitsj, werd bij Ilovajsk krijgsgevangen gemaakt door de Russen en overgedragen aan de rebellen, die hem vier maanden gevangen hielden in een kelder van de geheime dienst, waar een Russische FSB’er de baas was. Er werd geslagen en gemarteld en hij had niet gedacht er levend uit te zullen komen. Hij werd uiteindelijk uitgewisseld bij een gevangenenruil en werkt nu als jurist bij een agrarisch bedrijf in Kiev. Hij wil politiek actief worden. ‘Dit land moet echt anders’, zei hij tegen me. Artjom is een van de vele voorbeelden van jonge professionals die ik op mijn reizen door Oekraïne heb ontmoet, die snakken naar verandering.

President Porosjenko, die op 25 mei 2014 in één ronde werd gekozen, zag zich na de nederlaag bij Ilovajsk gedwongen tot een vredesakkoord, Minsk-1, dat echter vanaf dag een werd geschonden. Dagelijks vielen burgerslachtoffers bij onnauwkeurige beschietingen. De rebellen beschuldigden de Oekraïners ervan op woonwijken te mikken en de Oekraïners verweten de rebellen dat zij zich verscholen in woonwijken om die beschietingen te provoceren. In de dorpen werd de voedselsituatie intussen steeds nijpender. De haat tegen Kiev werd in de Donbas van dag tot dag groter.

Vooral om het vliegveld van Donetsk en de stad Debaltsevo werd eind 2014 keihard gevochten. Het vliegveld van Donetsk werd maandenlang verdedigd door Oekraïense soldaten, die door de rebellen wegens hun schijnbare onkwetsbaarheid ‘cyborgs’ werden gedoopt. Een van hen vertelde me dat er ongeveer 200 van zijn kameraden waren gesneuveld, maar dat het aantal gedode rebellen een veelvoud daarvan was. Het vliegveld, een paar jaar geleden stralend opgeknapt voor de Europese voetbalkampioenschappen van 2012, is gereduceerd tot een puinhoop van verwrongen beton en staal. Het staat voor de miljardenschade die is aangericht in het industriegebied, waar steenkolenmijnen op de fles zijn gegaan en staalfabrieken door de rebellen zijn gedemonteerd om het metaal op de zwarte markt te gelde te maken.

De aantallen slachtoffers liepen op tot boven de 10.000. Merkel en Hollande voerden eind 2014 wanhopige onderhandelingen met Poetin om een staakt-het-vuren te bewerkstelligen. De verhoudingen met Rusland waren op een dieptepunt beland. Poetin werd in internationale gremia als paria behandeld.

Ook Minsk-2, gesloten in januari 2015, leidde aanvankelijk niet tot een einde aan de gevechten. Poetin had bij de vredesbesprekingen uren onderhandeld over de stad Debaltsevo, cruciaal vanwege de strategische ligging aan de spoorlijn tussen Donetsk en Loegansk. De omsingelde stad was nog in handen van de Oekraïners. Vlak vóór het nieuwe bestand inging forceerden Russische troepen de herovering van de stad en verdreven de Oekraïners. Een aangrijpend interview met een jonge Boerjatische soldaat in het ziekenhuis van Donetsk, die in zijn tank zwaargewond raakte bij die veldslag, maakte duidelijk hoe diep de Russen betrokken waren bij de oorlog. Dorzji Batomoenkoejev,  wiens gezicht onherkenbaar was verbrand, vertelde aan een verslaggever van de Russische krant Novaja Gazeta hoe zijn eenheid uit het Russische Boerjatië was overgebracht naar Rostov, waar ze enkele maanden werden getraind.

Ergens in februari 2015 kregen ze het bevel hun papieren in te leveren en ’s nachts per tank op pad te gaan. ‘Iedereen wist waar we heengingen, maar er werd niet over gesproken’, zei hij. De volgende ochtend bleken ze in Donetsk te zijn beland. De rebellen vochten beroerd, zei de jongen, en dus werden de arme Boerjaten ingezet om Debaltsevo te heroveren. Hij had enige gewetenswroeging, maar was ervan overtuigd dat hij tegen fascisten streed. Hoe ziek de Russische propaganda werkt bleek later uit een filmpje waarop jonge Boerjaten zich vrolijk maakten over het schimmige ‘Boerjatenbataljon’, dat zogenaamd in de Donbas zou hebben gevochten. De boodschap: allemaal westerse propaganda. Ik vraag me af wat er met de ernstig verminkte jongen is gebeurd. Zijn moeder beweerde dat het interview nooit had plaatsgevonden.

Dat klopt niet: er is een YouTube filmpje waarop de crooner Josif Kobzon, fervent voorstander van Poetins Novorossia, aan het ziekbed van de jongen in Donetsk staat. ‘Kop op, joh’, zegt Kobzon en gaat vervolgens weer lekker zingen voor de separatisten. Kobzon belandde op de sanctielijst: hij mag het Westen niet meer in. Maar toen hij kanker kreeg, regelde Poetin hoogstpersoonlijk toestemming voor de Russische Sinatra om naar het in Russische ogen decadente Italië te gaan voor medische behandeling.

In de Volksrepublieken namen chaos en anarchie hand over hand toe: rebellengroepen (kozakken, Tsjetsjenen, Russische patriotten) bevochten en liquideerden elkaar, plunderden en martelden hun krijgsgevangenen. Er vonden krankzinnige excessen plaats: zo organiseerde commandant Aleksandr Mozgovoj van bataljon Spook bij Loegansk een volkstribunaal waar twee verkrachters per handopsteking door zo’n 300 burgers werden veroordeeld, de een tot de doodstraf, de ander mocht zijn schuld in de loopgraven afkopen. Dat hele proces is op YouTube te vinden. Mozgovoj is inmiddels geliquideerd, waarschijnlijk door de Russen.

Moskou moest steeds vaker ingrijpen om de boel te fatsoeneren. Grofweg de helft van de 4 miljoen inwoners ontvluchtte het gebied, deels naar Rusland, deels naar Oekraïne. Intussen zette Kiev de betaling van de pensioenen en de bevoorrading van de bevolking stop. Door de beschietingen van steden en dorpen heeft Kiev zich in het gebied zeer impopulair gemaakt. Het is dan ook een raadsel hoe het zijn gezag hier ooit weer moet herstellen. Dat is precies wat Rusland wil: de Donbas moet een Russische poot aan de grond blijven, een open wond die NAVO- en EU-lidmaatschap buiten de deur houdt en Oekraïne langzamerhand reduceert tot een failed state.

Ook de Oekraïense vrijwilligersbataljons zijn zich overigens te buiten gegaan aan oorlogsmisdaden, meldden Amnesty International en Human Rights Watch. Zoals de rebellen een probleem werden voor Rusland, had Kiev steeds meer te stellen met de vrijwilligersbataljons, die zich beschouwden als de redders van de natie en zich niet wensten te schikken naar het falende opperbevel. In het afgelopen jaar is het Kiev gelukt de bataljons langzamerhand op te nemen in het leger, de Nationale Garde en de politie, waardoor het gevaar van de ‘staat in de staat’ behoorlijk is afgenomen. Een half jaar geleden vreesde ik nog voor ongeregelde troepen die naar Kiev zouden oprukken, maar die vrees is niet uitgekomen.

Vorige maand bezocht ik bataljon Azov bij Marioepol, notoir omdat zijn oprichter Andrej Biletski er racistische denkbeelden op nahoudt. Het symbool van Azov is een omgekeerde Wolfsangel. Ook Azov is inmiddels een regulier regiment van de Nationale Garde geworden, dat op de steppe bij Marioepol militaire oefeningen houdt. Ze krijgen goed betaald: een soldij van 10.000 hryvnia is in Oekraïne een behoorlijk salaris. Die zijn afgekocht, dacht ik, toen ik de mannen in september met hun tanks op de steppe in de weer zag.

Alleen de Rechtse Sector, een van de radicale groepen van Majdan, probeert zich te onttrekken aan het staatsgezag. Hun leider Dmitro Jarosj, in Rusland de demon van Majdan, eist een status aparte voor zijn Oekraïens Vrijwilligerscorps. Maar volgens de laatste berichten is ook dat corps nu ondergebracht, bij de geheime dienst. Volgens ex-vrijwilliger Artjom is de glanstijd van de bataljons voorbij. Maar velen die er vochten zijn met PTSS teruggekeerd van het front. Eén van hen gooide eind augustus bij een demonstratie van extreem-rechts tegen de decentralisatiewet bij het parlement een granaat naar de politie, met 4 doden tot gevolg. De demonstranten beschouwden de wet als een knieval voor Moskou en vonden dat hun maten voor niks waren gesneuveld.

Vanaf 1 september 2015 is een nieuw bestand ingegaan, dat wel Minsk-2.0 wordt genoemd. Voor het eerst is het betrekkelijk rustig aan het front, al vallen nog steeds incidenteel slachtoffers bij ongelukken met mijnen of schotenwisselingen. Moskou rept al lang niet meer van Novorossia. De Donbas is Oekraïens grondgebied en de rotzooi moet dus ook door de Oekraïners worden opgeruimd, aldus Poetin. Volgens Igor Strelkov, de teleurgestelde vroegere minister van Defensie van de Volksrepubliek Donetsk, die er prat op gaat de opstand in het Oosten te hebben ontketend, heeft Poetin Novorossia in de steek gelaten. Ook de rebellen laten zich in die termen uit. Alles is nu gericht op de verkiezingen in het rebellengebied, die ergens in het voorjaar van 2016 moeten worden gehouden. Formeel moeten zij voldoen aan de Oekraïense wet, maar het is totaal onduidelijk welke politieke partijen eraan deel kúnnen of willen nemen. Rusland probeert er intussen een reguliere staatsstructuur op poten te zetten.

Oekraïne heeft inmiddels praktisch aan alle voorwaarden van Minsk-2 voldaan: de zware wapens zijn teruggetrokken van de frontlinie, er is een decentralisatiewet in de maak en er zijn op 25 oktober 2015 locale verkiezingen geweest. Nu moet Rusland leveren: de wapens, Russische soldaten en patriotten moeten vertrekken en, het allerbelangrijkste, Oekraïne moet de controle over zijn grens terugkrijgen. Dat laatste zal Rusland zo lang mogelijk blijven traineren.

Poetin heeft inmiddels een nieuw slagveld betreden: met grote aantallen bombardementen op Syrische opstandelingen ondersteunt hij sinds september het regime van dictator Assad. Tot grote verrassing van het Westen heeft hij zich daarmee opeens een positie verworven op het internationale toneel. Oekraïne (een vingeroefening voor de grote politiek?) is daarmee even naar de achtergrond gedrongen. Novorossia is niet van de grond gekomen, maar voor Rusland maakt dat niet veel uit. De problemen die Poetin heeft veroorzaakt zijn enorm en de haat die gezaaid is zal heel lang blijven doorzieken in het land, dat tot voor kort redelijke verhoudingen had met de Russische buren.

Een van de grote problemen die de oorlog voor Kiev heeft veroorzaakt is bijvoorbeeld de verspreiding van grote aantallen wapens die op het slagveld zijn buitgemaakt en elders in het land opduiken. Zo werd het slaperige Karpathenstadje Moekatsjevo in juli 2015 opgeschrikt toen een groep militairen van de Rechtse Sector met machinegeweren en granaatwerpers verhaal kwam halen bij de locale sigarettensmokkelaars. Naar alle waarschijnlijkheid was het een ruzie om de verdeling van de smokkelinkomsten in het grensgebied met Hongarije. Porosjenko stuurde er een gerenommeerde crime fighter op af, die zijn sporen heeft verdiend op de Krim en in de Donbas. Het is een voorbeeld van de criminalisering van de samenleving, onder invloed van de oorlog en de algehele verruwing der zeden die dat met zich meebrengt.

Het actief verbreken van de economische banden is een andere kopzorg. In de frontstad Marioepol aan de Zee van Azov sprak ik met het hoofd van de sociale dienst Tatjana Lomakina. Marioepol is van strategisch belang voor de bevoorrading van de Krim en de verwachting was allerwegen dat de Russen de stad zouden veroveren. Dat is niet gebeurd, maar de stad is zwaar getekend door het conflict. Van de 500.000 inwoners zijn er 170.000 gepensioneerd. Door de ineenstorting van de hryvnia kunnen zij niet meer rondkomen van hun pensioen. Maar Lomakina kreeg er, met hetzelfde budget, ook nog eens 80.000 vluchtelingen bij. Plus 15.000 werklozen, omdat de uitsluitend op Rusland gerichte machinefabriek Azovmasj failliet is gegaan doordat Rusland de banden heeft verbroken. ‘Rusland maakt bewust een bloeiende regio kapot’, zei Lomakina. Toen ik haar vroeg of het Associatieverdrag misschien toch niet zo’n goed idee was geweest, reageerde ze verbaasd: ‘Hoezo? Jullie zijn toch niet met tanks de grens overgekomen? Russische tanks schieten op de Russisch-talige bevolking die ze zeggen te komen verdedigen. Wij snappen hier heel goed van wie de agressie uitgaat.’

III

Het slagveld in Kiev: oligarchen, politieke Machers en stokkende hervormingen

 

Nu de oorlog is geluwd verplaatst het slagveld zich naar de binnenlandse politiek en ook daar zijn de problemen enorm. Voor de goede orde: Majdan was een opstand tegen de hemeltergende corruptie in een land, dat in de eerste 25 jaar van zijn onafhankelijkheid eigenlijk uitsluitend heeft gewanpresteerd. Dat is een zware erfenis en het is idioot om te verwachten dat dat in een paar jaar is weghervormd. Maar de westerse geldschieters worden ongeduldig en oefenen zware druk uit op Kiev om ernst te maken met de aanpak van de corruptie. De Amerikaanse ambassadeur Geoffrey Pyatt, die in Kiev een zware vinger in de pap heeft, haalde laatst in de Kiyv Post ongemeen fel uit naar de regering, omdat hij nauwelijks vooruitgang ziet in de strijd met de corruptie.

Hoe complex de situatie is laat zich goed illustreren aan de hand van de locale verkiezingen voor burgemeesters en gemeenteraden, die op 25 oktober zijn gehouden. Ze zijn een eerste stap in de richting van de decentralisatiewet, die het dirigistische Kiev moet dwingen een deel van de macht af te staan aan de regio’s. Dat was een eis van Majdan, maar is ook een van de voorwaarden van het vredesakkoord Minsk-2. Die wet heeft inmiddels twee lezingen in het parlement gehaald, is goedgekeurd door het Constitutioneel Hof en door de Commissie van Venetië, die namens de Raad van Europa toeziet op de nieuwe wetgeving in Oekraïne. Maar voor invoering is nog een grondwetswijziging vereist. De daarvoor benodigde tweederde meerderheid in het parlement is nog niet bijeengesprokkeld. Als die wet het niet haalt, kan Rusland de grens naar Oekraïne ongestoord openhouden met het argument dat Kiev zich niet aan het vredesakkoord houdt.

Tegenstanders van de decentralisatie zien de wet als een voetval voor de separatisten en Poetin: autonomie voor de Donbas is volgens hen een heilloze weg. De Volksrepublieken mogen volgend voorjaar aparte verkiezingen houden en het ligt voor de hand dat Moskou alles in het werk zal stellen om die te orkestreren. Het is niet uit te sluiten dat ze daarbij gebruik zullen maken van het Oppositieblok, de erfgenaam van Janoekovitsj’ Partij van de Regio’s, die in het Oosten bezig is aan een comeback. Volgens de wet zouden Oekraïense politieke partijen moeten kunnen deelnemen aan de verkiezingen in de Volksrepublieken, maar uiteraard willen de rebellen daar niets van weten. Zelf hebben ze echter geen geloofwaardige alternatieven. Het Oppositieblok, gesteund door oligarch Rinat Achmetov, eens de koning van de Donbas, zou in dat gat kunnen springen. Of dat aantrekkelijk is, valt natuurlijk nog te bezien: je erft een failliete boedel en er moeten miljarden worden geïnvesteerd om het gebied weer op poten te krijgen.

De opkomst van de locale verkiezingen van 25 oktober was met 46,5 % ruim 5 % lager dan de parlementsverkiezingen van 2014, maar beantwoordt eigenlijk gewoon aan het Europese gemiddelde. Dramatisch laag was de opkomst dus niet, zeker gezien het feit dat de bevolking er de afgelopen twee jaar financieel alleen maar op achteruitgegaan is. Dat het Oppositieblok, de opvolger van Janoekovitsj’ Partij van de Regio’s het in het Oosten goed zou doen, was volstrekt te verwachten, maar als je de uitslagenkaart bekijkt zie je dat ze een forse minderheid blijven.

Volgens de goed geïnformeerde Odessablogger Nikolaj Holmov zijn er veel  kieswetovertredingen en manipulaties geweest. De politieke arena in Oekraïne leeft van verdachtmakingen en complottheorieën en heeft weinig inhoudelijke substantie. Positief is dat in veel grote steden de oude burgemeesters niet in één ronde zijn gekozen. Dat geeft de burgers de kans bij de tweede ronde een echte rol te spelen bij de verkiezing van hun burgervader. De verkiezingen zijn nog verre van democratisch, maar bij lange na niet zo’n farce als in Rusland.

Jammer voor de democratie is dat de burgemeester van Odessa, Gennadi Troechanov, er toch in geslaagd is de hervormer Aleksandr Borovik buiten de deur te houden. De in Amerika opgeleide Borovik – een Steve Jobs-achtige yes-we-can-man – was door gouverneur Saakasjvili naar voren geschoven om de corrupte burgemeester te verslaan en haalde tot ieders verrassing 25 % van de stemmen. Hier zou een tweede ronde een echte krachtmeting tussen oude en nieuwe politiek hebben kunnen worden. Ik sprak Borovik in Odessa. Hij noemde Troechanov toen een ‘gangster’, heer en meester in smokkelstad Odessa. Volgens een goed ingevoerde zakenman was de herverkiezing van Troechanov in Kiev allang afgekocht. Waar of niet, het tekent het gebrek aan vertrouwen in de Oekraïense politiek.

Bij de verkiezingen is opnieuw bevestigd dat de oligarchen in Oekraïne nog steeds machtig zijn. Zo is de televisie nog altijd goeddeels in hun handen. Dat verklaart de desillusie van veel Oekraïners. Energie-expert Michail Gontsjar zei in Kiev tegen me: ‘Porosjenko heeft een grote fout gemaakt door in het begin van de oorlog niet boven de partijen te gaan staan. Hij heeft zijn eigen zakenbelangen niet afgebouwd. Hij had de oligarchen moeten dwingen in het belang van het overleven van de staat de strijdbijl te begraven, geld te storten in een reddingsfonds en gezamenlijk op te trekken tegen de externe vijand.’

De enige oligarch die miljoenen in de strijd met Poetin heeft gestoken is bankenmagnaat Igor Kolomojski, die verder allerminst van onbesproken gedrag is. Hij is een van de meest notoire belastingontduikers van het land. Hij koopt parlementsleden en heeft met Oekrop (Dille) in feite zijn eigen politieke partij opgericht. De andere oligarchen wachtten enkel af uit welke kant de wind gaat waaien. Maar nu de oorlog voorlopig voorbij lijkt, laait hun concurrentiestrijd weer op.

Porosjenko, zeggen velen, is een oligarch, een control freak en een man die slecht luistert naar zijn omgeving. Voor zijn buitenlandse politiek oogst hij lof: hij spreekt zijn talen en weet Oekraïne voor het voetlicht te brengen in het Westen. Met een tijdelijke zetel in de VN-Veiligheidsraad heeft Oekraïne er de komende twee jaar een invloedrijke positie bij. Maar intern geldt Porosjenko als een man, die werkt volgens de oude principes van verdeel-en-heers. Dat kan niet anders, zei een van mijn zegslieden, hij weet niet beter. Velen zien Porosjenko en premier Jatsenjoek dan ook als overgangsfiguren.

Biedt de politiek nog niet veel doorbraken, ook met de economie is het beroerd gesteld. Door de oorlog en het verbreken van de economische banden met Rusland is de hryvnia ingestort. Het IMF heeft $40 miljard uitgetrokken voor een vierjarig hulpprogramma, waarvan de eerste leningen van $ 17,5 miljard dit jaar moeten worden uitgekeerd. Maar ondanks lovende woorden van directeur Christine Lagarde over de moed van de Oekraïners, waarschuwde het IMF dat de staatsschuld kan oplopen tot 94,4% van het BNP. De economie zal in 2015 met 9 % te krimpen en de inflatie loopt op tot 46 %. Een gepensioneerde moet in Oekraïne nu rondkomen van 1.100 hryvnia (40 euro) per maand.

Ook het IMF is ontevreden over het tempo van de hervormingen, al is er lof voor de in Amerika opgeleide minister van Financiën Natalie Jaresko, die er in september opnieuw in slaagde tot overeenstemming te komen met de grootste particuliere schuldeisers van het land over een herstructurering van de schuld. Rusland weigert intussen over schuldsanering te onderhandelen.

Het is de bekende vicieuze cirkel: door die afgedwongen hervormingen stijgen de prijzen en verarmt de bevolking. En dat ondermijnt weer het draagvlak voor de politiek. ‘Jullie hebben er geen idee van hoezeer de Oekraïense economie verknoopt was met Rusland’, zei de jonge zakenman Aleksej Aleksejev tegen me in Marioepol. Zijn computerbedrijf ging kapot en hij zoekt al een jaar wanhopig naar opdrachten. ‘Er vindt een complete de-industrialisatie van het land plaats. Rusland heeft de banden verbroken en wij kunnen niet concurreren met het Westen.’ Cynische zakenrelaties in Moskou zeggen tegen hem: Oekraïne is dood, kom bij ons werken. Jouw land heeft geen toekomst.

Is Oekraïne een hopeloos geval aan het worden? Er zijn ook stappen vooruit te melden. Er staat eindelijk een hervorming van de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie op stapel, broodnodig in een land waar maar 1 % van de bevolking vertrouwen zegt te hebben in de rechtsinstellingen. Er is een bescheiden hervorming van de politie doorgevoerd, symbolisch belangrijk omdat de agent voor de Oekraïners zo ongeveer de verpersoonlijking is van de corrupte staatsdienaar. Voorzichtig is een begin gemaakt met het aanpakken van de monopoliepositie van de oligarchen op de energiemarkt. Er is een wet aangenomen die politieke partijen verplicht hun donaties te openbaren, cruciaal in een systeem waar het zakenleven de politiek schaamteloos opkoopt. Maar veel van die hervormingen gaan ook pijn doen, zoals de verhoging van de decennialang kunstmatig laag gehouden gas- en electriciteitsprijzen of de sluiting van onrendabele bedrijven. De directeur van een transportbedrijf zei tegen me: ‘Het goede van de breuk met Rusland is dat wij nu gedwongen worden andere markten te zoeken. Dat is moeilijk, maar uiteindelijk heeft dat de toekomst.’ Ook hij stond trouwens op Majdan.

Niet in de laatste plaats: er is een burgerlijke samenleving aan het ontstaan, die het falen van de overheid probeert te compenseren. Ngo’s bloeien als nooit tevoren, ze volgen de verkiezingen, bevoorraden het leger, ontwerpen drones om het leger te helpen de Russen te bespionneren, knopen camouflagenetten, becommentariëren wetsvoorstellen en staan de onderbetaalde parlementsleden bij. Ze zoeken in de Donbas naar de lichamen van gesneuvelde soldaten. Of ze helpen vluchtelingen aan een nieuw onderkomen. De Russische ngo’s zijn hierop stinkend jaloers: zij worden langzaam doodgeknepen. ‘Het is de kunst’, zei historicus Hrytsak tegen me in Lviv, ‘om ervoor te zorgen dat we die veelbelovende jonge generatie professionals zolang in het land te houden totdat ze werkelijk aan de bak zal komen. Dat wordt een hels karwei.’

Wonderbaarlijk genoeg hangt er in Oekraïne geen doemsfeer. Er is geen paniek in de lucht, er wordt vanalles georganiseerd, in Kiev stikt het van de festivals, er verschijnen literaire tijdschriften en er zijn hipsterbars en straatoptredens. Ook in Kiev is de baard in de mode. In het Oosten is dat uiteraard anders.

Maar tegelijkertijd vecht Oekraïne op dit moment een titanenstrijd uit. Zonder westerse hulp tegen Rusland en druk om hervormingen af te dwingen heeft het land geen schijn van kans. Des te schandelijker is het dat boze burgers in Nederland nu een anti-Europees referendum hebben afgedwongen om het Associatieverdrag niet te ratificeren.

Ik eindig met een lichtpuntje: in Oekraïne schijnt bijna altijd de zon. En de vette zwarte aarde is zeldzaam vruchtbaar, kan de bevolking ruimschoots voeden en vormt een belangrijke grondstof die vakkundig te gelde kan worden gemaakt. Aan tomaten, aardappelen, druiven, appelen, zonnebloemen, mais en walnoten is hier nooit gebrek. De twee laatste oogsten waren uitstekend.  Niet voor niks geldt het ministerie van Landbouw als een van de succesvolste regeringsinstellingen. Nu maar hopen dat ze niet de fout begaan noodgedwongen al die vette klei  aan de Chinezen verkopen.